Kom, we gaan ons huwelijk redden!
vrijdagavond 02 nov. 2007
***
BERGEN AAN ZEE -
,,Kom op'' zegt mijn man. ,,We gaan ons huwelijk
redden.''
Dat wordt een avondje buitenshuis, weet ik inmiddels: lekker zitten,
gezellig kletsen, diepe gesprekken, heerlijk eten, hartelijk lachen en
heel veel
lieve dingen zeggen.
Kortom: het leven relativeren en de meetlat een
treetje lager leggen.
Ik weet dat, omdat het onze lijfspreuk is sinds de dag dat we elkaar
het ja-woord gaven.
En dat is nu bijna 41 jaar geleden.
De Duinerij, aan
het strand van Bergen aan Zee, is een plek waar we graag naar toe gaan.
Het is er knus, warm en gezellig, gemoedelijk, een beetje rommelig en
zomers nonchalant.
Het eten is er lekker,
de bediening is snel en vriendelijk, er wordt niet extreem op je gelet
en, ook niet onbelangrijk, het is er
niet duur.
Mijn man bestelt,
zonder met mij te overleggen, quacomole.
Daar ben ik dol op.
En hij ook.
De berg
krokante chippies doop je groene avocadosaus, een gepureerd geheim
mengsel van avocado, tomaat en het geheim van de smit.
Die quacomole van de Duinerij is onevenaarbaar.
Het schaaltje
gaat dan ook helemaal leeg en ik kijk gewoon even de andere kant op als
mijn dierbare echtgenoot met z'n vinger het laatste restje uit het
kommetje schraapt.
Niemand die het ziet.
En ik wil het niet zien.

Ik drink droge
witte wijn en mijn man is de bob, dus die neemt bitter lemon.
Ook als
hij niet de bob is, neemt hij bitter lemon.
Dat zijn vrouw na een
alcoholvrij leven zich af en toe te buiten gaat aan een glaasje witte
wijn vindt hij nog immer vreemd, maar de sensatie, de
aanhankelijkheid en de loslippigheid die daarvan het gevolg zijn kan
hij
inmiddels wel waarderen.
Buiten is het
donker en we hebben plaatsgenomen aan het raam.
Naar buiten kijken
heeft geen zin, maar de wetenschap dat zich achter dat raam de duinen
bevinden en de zee geeft toch inspiratie.
We bestellen iets lekkers.
Mijn echtgenoot weet nauwelijks te kiezen
tussen polo cajun, een taco met rund of kip saté, maar ik weet
allang wat ik wil als ik op het bord, buiten de kaart om, zie staan dat
de kok zijn liefde, kennis en kunde heeft losgelaten op een salade
geitenkaas.
Het gesprek gaat
over opvoeden, het huis, de manier waarop we kerst zullen vieren en
waar, zijn werk, mijn sportschool, de kinderen, vallende blaadjes,
wintersportvakantie, vrienden, over filosoof Joep Dohmen, de snelheid
van het leven, Alkmaar en de verkeerschaos, de afgelopen week, de
schoenen die ik nog wil
kopen, die dondersteentjes van een kleinkids, onszelf, over gevoel voor
humor, het feit dat we hier zaten toen werd besloten om de universiteit
van utrecht een poepie te laten ruiken, Sinterklaas, websites,
gedichten, roeien, de spiegel die nog opgehangen moet worden, de
(nabije én de verre) toekomst, de romantiek die ons leven nog
immer vult, wat we nog willen, wat we nog
missen, wat we aan willen vullen, wat we weten en wat we niet weten.
,,Het is wel veel''
zegt mijn man en ik snap pas later dat hij daarmee doelt op de
hoeveelheid
voedsel op zijn bord.
Voor het eerst in zijn leven laat hij een paar
hapjes staan.
Met spijt.
,,Nog even en we zijn aan seniorenporties toe'',
grap ik.
Maar daar kan hij niet om lachen.
,,Daar is niks mis mee'' reageert mijn man serieus.
,,Als ik
die seniorenporties maar gewoon lekker samen met jou mag eten.''
Om dat feit te
vieren nemen we er nog eentje.
En ook een toetje.
De aardbeien (bij de Duinerij een
seizoensproduct en zo hoort het ook) zijn op, maar een flensje
met kaneelijs biedt een weergaloos alternatief.

~~~~~~~~~~~