home





Joke van der Weijden
journalist-schrijver
(culinair) columnist








koolsalade, frietjes,
sperzieboontjes en rijst




Etentje met Heimwee
Restaurant Delphi aan de Middenweg in Hhw.

HEERHUGOWAARD - Als mijn man zegt dat we Grieks gaan eten zit ik al klaar voor vertrek.

Want ik vind het heerlijk: Kalamata olijven, aubergines, wijn uit een stenen karaf, keftedacia, feta met tomaat of gebakken kalamaria.
Ooit zwierven we rond door Griekenland, voor zover je van rondzwerven kunt spreken als je met een heel gezelschap onbekenden bent.
Meneer Kras himself had ze voor ons uitgezocht, de mensen die met ons meereisden en ze waren niet allemaal van ons niveau.
Dat kwam vooral tot uiting toen mijn man aan het einde van de reis de buschauffeur toesprak in het Oud-Grieks.
Hij prees de chauffeur in fraaie volzinnen, pijlloos dankbaar als we waren dat we nog leefden.
De man had er namelijk een gewoonte van gemaakt om langs raveinen te rijden al telefonerend met zijn vriendin.
Doodsangsten stonden we uit.

Onze mede-busreizigers verstonden niets van mijn man's toespraak.
De buschauffeur overigens ook niet.
Mijn man spreekt helemaal geen Oud-Grieks.

We beginnen ons diner dan ook met een glaasje uozo.
Ik vind het echt geen drinken.
Vloeibaar gemaakte anijs is het.
Goed als je een heel eind geschaatst hebt, maar wij waren met de bokkenwagen gekomen, dus was het drankje aan mij niet besteed.

Nou wil ik niet veel zeggen van Heerhugowaard.
Het smoelt in mijn ogen nog steeds niet.
Maar je kunt er lekker eten.
Dat moet gezegd.
Mijn Hermesschotel was niet te versmaden.

En als je (eeuwig) aan de lijn doet, zoals ik, is het gegrilde vlees geen aanslag op je vastberadenheid.
Voeg er de wereldberoemde boerensalade aan toe en ik ben gelukkig.

Grof gesneden tomaat, ui, komkommer, olijf, feta en peper:
je kunt me ervoor uit bed halen.

We halen herinneringen op aan onze Griekenlandreis van weleer.
,,Wat weet jij nog van Delphi'' vraag ik mijn man om in de stijl van het restaurant te blijven.
Hij noemt feilloos alle details op die volgens mij bij Olympia horen.

Blauwe luchten, steenruïnes, goden voor alles en nog wat, de mythe van het orakel  en zon, zon, zon.
,,Als je straks in Zwitserland in de sneeuw loopt kun je hier nog eens aan denken'' zeg ik tegen mijn man, terwijl ik de twee chocolaatjes die bij de koffie worden gepresenteerd in zijn zak stop.

,,Niet nodig'' zegt hij.
,,Ik denk gewoon aan jou.''

En dat.....

...dat vind ik dan weer zooooo lief!!